Ik heb een goede manier gevonden om inlegzolen te verkopen. Geef de zool een naam, koppel er een bekend persoon aan en laat social media zijn werk doen.

Laat ik de inlegzool Christoffel noemen. Als ik genoeg bekendheid weet te genereren en de superieure eigenschappen weet over te brengen, dan weet ik zeker dat in een mum van tijd veel mensen naar de Christoffelzool gaan vragen.

Dit is wat er nu ook gebeurt met sturen. Jones, Denham, Moloko, Woodchipper. Vanaf het moment dat sturen een naam begonnen te krijgen, werd het stuur ineens ‘een ding’. Terwijl een stuur niet meer is dan een middel om een lichaam met een vervoermiddel te verbinden.

Vroeger zat er gewoon een naamloos stuur op iedere fiets en daar deden we het mee. Soms ruilden we hem om voor een ander model, om de zithouding te verbeteren. Nu sturen beroemdheden worden, verwachten we dat het stuur dé oplossing is. Maar het stuur-met-een-naam weet niet welk lichaam het met welke fiets moet gaan verbinden.

Iemand op social media: “Je moet het Moloko-stuur kopen! Die vind ik echt geweldig zitten!”

Ja, nou en? Ik ben jou niet.

Een inlegzool verzorgt een comfortabele, gepersonaliseerde overgang van de voet naar een universele schoenzool. Een zadel verbindt een achterwerk met een fiets. Een stuur verbindt een bovenlichaam met een fiets. Meer niet.

Welke naam eraan verbonden is, is totaal niet van belang. Een naam is wel handig voor de herkenbaarheid, maar het zegt niets over de pasvorm en de functionaliteit.

Jones & Denham

Social media staat vol met vragen als: “Wat zijn jullie ervaringen met de Jones Bar?” en “Ik heb last van tintelende vingers, lost de Denham Bar dit op?”

Een klant vroeg naar de Jones Bar. Meneer Jones is een uitvinder en fietsenbouwer die een onconventioneel stuur op zijn mountainbike monteerde. Voor hem werkte het, en dankzij internet kreeg hij veel volgers discipelen.

Ik pakte een naamloos stuur van een Batavus stadsfiets, met dezelfde handhoek en breedte, en monteerde het op de kop voor de juiste hoogte. De klant snapte er niets van. Toen legde ik er een kopie van de Jones Bar overheen om te laten zien dat beide sturen exact dezelfde zitpositie gaven.

Het Batavus-stuur kost €35,-. De Jones-replica €50,- en de originele Jones Bar €149,-. Met het Batavus-stuur kreeg de klant dezelfde zithouding voor €114,- minder.

Een andere klant had goede verhalen gelezen over het Denham-stuur. Alee Denham is een fietsende influencer die ooit een eigen variant van de Velo Orange Crazy Bars liet maken. Zijn sponsor Koga nam het in productie en plakte er de naam Denham op. Ik heb het stuur altijd op voorraad. Niet om het te verkopen, maar om illusies door te prikken.

Bij deze klant nam ik eerst een bijna-recht mountainbikestuur en monteerde twee bar-ends aan de binnenkant van de handvatten. Een geïmproviseerd Denham-stuur, met verstelbare grepen. Hij reed ermee en het voelde goed.

Toen monteerde ik het echte Denham stuur. Te breed, de handvatten te schuin gepositioneerd, de extra grepen te ver uit elkaar. Ondanks de beroemde naam en de lovende recensies zat hij niet lekker.

Mijn eigen samenstelling was direct goed. Niet omdat ik slimmer ben dan Denham, maar omdat ik naar de klant keek. En naar zijn fiets. Niet naar de naam en een veelbelovend verhaal in een brochure of talloze filmpjes op social media.

Driehonderd sturen

Ik heb toegang tot zo’n driehonderd sturen. Geen één is op zichzelf goed. Allemaal zijn ze slechts een middel. Net als een inlegzool, een handvat en een zadel.

De vraag is nooit welk stuur het beste is. Jouw achternaam is zeer waarschijnlijk niet Jones of Denham. De vraag is wat jóuw lichaam nodig heeft, op jóuw fiets, in jóuw houding. Daar rollen een handhoek uit, een breedte, een hoogte en een afstand. Geen naam.

Laat het internet maar lullen en kom gewoon met je fiets langs. Dan zoeken we naar de juiste verbinding. En illusies om door te prikken.

bikefitting