Hoeveel kilometer kan ik met een Pendix 500 accu rijden?
Geen idee. Hoe lang is een touw?

Fietsvakanties geven een gevoel van vrijheid, maar met de opkomst van de e-bike krijgt Nicolaas Beets met zijn “De mensch lijdt dikwijls ’t meest, door ’t lijden dat hij vreest,” steeds vaker gelijk.

Wat veel mensen niet weten, is dat het versje verder gaat met: “doch dat nooit op komt dagen.”

In de online fiets-communities duiken ze overal op. De vragen.

Zijn er tussen Antwerpen en Lourdes genoeg mogelijkheden om onze accu’s bij te laden?
Ja, volgens mij hebben inmiddels alle landen in Europa stroom. Al best wel een tijdje, geloof ik.

Hoe ver kom ik met de Santos E-Neo?
Hoe ver kom jij gewoonlijk op twee boterhammen pindakaas?

Zou ik een extra accu mee moeten nemen?
Dat hangt ervan af.
Waar vanaf?
Van alles.

Online wordt vaak met dit soort vragen een beetje gespot, maar ik begrijp wel waar ze vandaan komen. Het is angst. Angst voor het lijden dat men vreest. Voor het doemscenario van het lege balkje, ergens in een dal ver van huis.

Op Facebook en in forums gaat het niet meer over hoeveel moeite een reis kost. Niet meer over hoe mooi en uitdagend het is. Het gaat over hoeveel stroom je ervoor nodig hebt. Over accu’s en stopcontacten.

Niet: “We zien het wel. Ik kan het!”
Maar: “Kan mijn fiets dat wel? En hoe dan?”

Moe en voldaan versus fris en gestresst.

En dat is jammer, want een inspanning wordt achteraf een overwinning en geeft een goed gevoel over jezelf. Het wordt een verhaal dat je navertelt. Stroomverbruik wordt nooit een leuke anekdote. Niemand vertelt later trots dat hij de camping haalde met 38% over. Het levert onderweg vooral stress op.

Range Anxiety. Laadstress. De voldoening na de inspanning wordt verdrongen door de ontevredenheid over je dure fiets als de accu de bestemming niet heeft gehaald. De techniek die belóófde de zorg weg te nemen, is zelf de bron van zorg geworden.

Maar goed, je hebt een e-bike. Uit fysieke noodzaak of als beloning voor het feit dat je je hele fietsleven wel genoeg hebt afgezien. Helemaal prima. Laat me je dan tenminste vertellen hoe het zit met je stroomverbruik, zodat je de vragen die niet eenduidig te beantwoorden zijn niet meer hoeft te stellen.

Verbruik is geen eigenschap van je fiets, maar een gevolg van je gedrag.

Als fietser strijd je tegen de volgende weerstanden:

  • luchtweerstand
  • rolweerstand
  • mechanische weerstand
  • gewicht.

Verreweg de grootste boosdoener is de luchtweerstand. Je zithouding, je flapperende kleding en je volumineuze fietstassen werken allemaal tegen je. Bij een vakantiefietser met een rechtop zithouding en grote zijtassen aan de dragers bedraagt de luchtweerstand al gauw 80% van het geheel.

En hier komt de stille energievreter voor e-bikes: de snelheid. Waar je op een gewone fiets 20 km/u altijd wel prima vond, rijd je met een e-bike nu met het grootste gemak 25 km/u. Maar met meer snelheid neemt de luchtweerstand kwadratisch toe! Bij 25 km/u is de luchtweerstand ruim 56% hoger dan bij 20 km/u.

Bij de auto zegt men: “Het verbruik zit in je rechtervoet.” Bij een e-bike kun je zeggen dat het verbruik in beide benen zit. En in het knopje naast je handvat.

Standje Eco, een tandje terugschakelen en vijf kilometer langzamer rijden, levert je een significant grotere actieradius op. Je stuur lager zetten, strakkere kleding dragen en je bagage uitdunnen, scheelt ook weer een paar kilometer.

Daarna komen de mechanische weerstand en de rolweerstand. De aandrijving en het soort banden hebben invloed, maar veel e-bikes lijken op elkaar en er zijn geen zuinigheidswonders.

Andere zaken die de veel gestelde vragen onbeantwoordbaar maken, zijn het gewicht en de omstandigheden van de route. Heuvels, stadsverkeer, wind, temperatuur, het wegdek. Bergop telt iedere kilo dubbel. Tempowisselingen kosten ook extra stroom. Dit alles maakt de actieradius onvoorspelbaar. Met een constante snelheid op vlakke wegen verbruik je weinig, in de bergen en de stad verbruik je veel. Hoeveel? Dat kan niemand je vertellen.

En dan het mooiste. Ik ken echtparen die de hele dag naast elkaar rijden. Zelfde fiets, zelfde snelheid, zelfde gewicht, zelfde route. Ze zeggen dat er iets mis is met de accu van mevrouw, omdat zij twintig kilometer minder ver komt op één lading dan meneer. De accu blijkt gewoon goed.

Het verschil: hij schakelt veel, zij nauwelijks.

De motor onnodig in een te zware versnelling aan het werk zetten is niet efficiënt. Als je met de auto in de vijfde versnelling optrekt, zal de motor afslaan. Een elektromotor slaat niet af, die trekt wel lekker door, maar hij trekt zo ook je accu snel leeg.

Behandel je e-bike dus als een gewone fiets. Schakel terug als het zwaar wordt en houd het toerental van je benen en je motor hoog. Laat de motor niet vóór je, maar met je méé werken. Zo win je die twintig kilometer weer terug.

En dan die oplaadpunten.

Je hoeft geen route langs speciale laadpalen te plannen alsof je een Tesla bent. Een e-bike is een fiets met een gewone stekker voor een gewoon stopcontact. En die zijn in de bewoonde wereld overal: op campings, in hotels, in restaurants, bij mensen thuis. Zélfs in België!

En als je dan toch een keer met een leeg balkje komt te staan… Tsja, dan is het contrast ineens groot, en wordt het even heel inspannend. Maar je komt heus wel ergens aan waar jij en je fiets kunnen bijtanken. Misschien zelfs met een mooi verhaal.

Santos Travelmaster 3+