Met de e-bike op fietsvakantie: hoe het niet moet
Beste e-bike-reizigers, ik maak me zorgen.
De laatste jaren worden fietsfora en facebookgroepen voor fietsreizigers overspoeld met enthousiaste beginners die op een e-bike op fietsvakantie gaan. Fietsvakanties moedig ik natuurlijk aan en E-bikes kunnen een prima uitkomst zijn. Dat is niet mijn punt.
Mijn punt is dit: ik zie steeds vaker volgepakte fietsen langs komen die gevaarlijk zijn.
Niet een beetje gevaarlijk.
Gewoon.
Echt.
Gevaarlijk.
In de online communities wordt het niet gewaardeerd als je er iets over zegt. Dus zeg ik het hier.
Goedbedoeld advies ontaardt in ruzie
Vergelijk het met het alpinistenforum dat overspoeld wordt door mensen die wel eens een dagwandeling maken in de Limburgse heuvels of op de Veluwse heide. Niemand zegt dat wandelen in Zuid-Limburg niet sportief is, maar in een groep fanatieke ervaringsdeskundigen kun je ongevraagd advies verwachten. En dat zal ook in de vorm van kritiek komen.
Als je bij een georganiseerde wandelexpeditie in een spijkerbroek aankomt, word je om veiligheidsredenen weggestuurd. Geen discussie, spijkerbroeken zijn verboden. Dat je als heide-wandelaar niet weet dat spijkerbroeken hoog in de bergen en in IJsland gevaarlijk zijn, is niet gek, maar ga alsjeblieft niet de ervaringsdeskundigen beschuldigen van discriminatie om een kledingstijl.
Wat ik nu veel zie gebeuren, is dat naïviteit wordt verdedigd en het laten blijken van ervaring wordt afgedaan als betweterigheid en arrogantie.
De fietsdeskundigen reageren met eeuwenoude wijsheden als: “Wat je thuis laat is mooi meegenomen.” en krijgen de wind van voren alsof ze iedereen met een e-bike aan het bodyshamen zijn. Als je goedbedoeld advies vermomd als kritiek niet wilt horen, kun je je foto’s en enthousiasme beter delen in specifieke e-bike groepen. Die zijn er ook, maar het is de vraag of je daar wel het juiste advies krijgt voor fietsvakanties.
Overcompensatie
Mensen kopen een e-bike om een fysieke achteruitgang te compenseren. Helemaal prima. Je hoeft je niet te verantwoorden als je elektrisch fietst. Ook niet in de facebookgroep van De Wereldfietsers.
Maar… één achteruitgang komt meestal niet alleen. De kracht in de armen, de algehele balans en de reactiesnelheid zijn vaak ook niet meer zoals vroeger. Desondanks denken velen dat ze met een elektromotor de hele wereld weer aankunnen. En meer.
In dat “en meer” zit het gevaar.
Ik zie e-bikes met meer bepakking dan een Afrikaanse marktkoopman voorbij komen. Een elektromotor ondersteunt, maar is niet bedoeld om een volksverhuizing te faciliteren. Een e-bike is ook maar gewoon een fiets.
Hieronder twee voorbeelden van configuraties die ik regelmatig tegen kom om te laten zien wat er mis kan gaan als naïef enthousiasme het overneemt van ervaring en kennis.

Voorbeeld 1: de e-bike met 7 tassen en twee accu’s
Deze e-bike weegt 32 kilogram. Zonder bagage. Ter vergelijking: een goede trekkingfiets weegt half zo veel. Vervolgens wordt er voor 32 kilo (soms meer) aan spullen aan gehangen. Een fitte fietser hangt half zo veel spullen aan de niet-elektrische reisfiets. Vaak minder.
De motor wordt hier dus niet alleen ingezet om het verlies aan conditie te compenseren, hij mag ook nog eens aan de bak om 32 extra kilo’s aan dood gewicht in beweging te brengen. Om dit te compenseren zit er een tweede accu in de bovenbuis. En met een rijder die soms tot 90 kilo weegt, komt het gewichtsverschil met een gemiddelde trekkingfiets met normale bepakking op maar liefst 50 kilo! Zie zo’n slecht uitgebalanceerd gevaarte maar eens in bedwang te houden…
Met iedere kilo extra neemt de handelbaarheid af, de remweg toe en stijgt de kans op technische problemen. Bergop moet de motor er flink aan trekken en de aandrijving zal hard slijten. De wielen zuchten onder het gewicht en dit is vragen om gebroken spaken.
De schijfremmen op de meeste e-bikes zijn gedimensioneerd voor een gemiddelde rijder met een paar boodschappen. Niet voor ruim 150 kilo totaalgewicht op een lange afdaling in de Alpen. Bij dit gewicht is de remweg angstwekkend lang, maar het grotere gevaar is dat de remmen door slepend remmen oververhit raken en kort voor een bocht helemaal niets meer doen.
En daar hoef je echt niet veel voor te doen. Op de Vaalserberg kreeg ik met een dikke e-bike, een beetje bepakking en mijn tengere lijf de Shimano XT schijfremmen al flink aan het roken.

Voorbeeld 2: de e-bike met lage instap
Dit is nog gevaarlijker dan het eerste voorbeeld. Een frame met een lage instap is ontworpen voor gemak. Dat is de enige reden voor die constructie, verder heeft het alleen maar nadelen. Het frame mist de bovenbuis die bij een normaal frame de driehoek sluit en de voor- en achterkant met elkaar verbindt. Zonder die bovenbuis kan de achterkant van de fiets andere dingen doen dan de voorkant.
Bij normaal huis-tuin-en-keuken-gebruik is dat acceptabel, maar met een kampeeruitrusting in voor- en achtertassen wordt het een heel ander verhaal. De onvolledige driehoek kan de gewichten aan de uiteinden niet met elkaar in lijn houden en de fiets gaat al bij lage snelheden zwabberen. Daarom zie je bij goede trekkingfietsen nooit een lage instap.
De stabiliteit wordt nog eens extra geweld aan gedaan door de middenmotor die een hap uit het frame neemt en het gat voor de accu in de schuine buis. De krachten die op het smalle verbindingsstuk bij de trapas werken, zijn aanzienlijk. Uiteindelijk gaat het frame daar breken. Ik heb het zien gebeuren. Geen fraai gezicht.

En dan voegt men ook nog op de slechtst denkbare plaatsen gewicht toe: een grote roltas bóvenop de bagagedrager en een stuurtas hoog aan het stuur en vóór het draaipunt. Doodeng.
Vermijd de Ortlieb Rack-Pack
Ik heb die grote toptassen bewust niet in mijn assortiment. Zodra iemand erom vraagt, vrees ik dat er teveel bagage meegenomen gaat worden en neem ik graag even de kampeeruitrusting onder de loep. Met twee gevulde achtertassen doe je hooguit de tent nog onder de snelbinders. De rest zou met gemak in de zijtassen moeten passen. Tenzij je voor meerdere maanden op wereldreis gaat.

Bagage aan een geveerde voorvork
De lowriders voor de voortassen zijn met klemmen aan de verende voorvork gemonteerd, omdat er geen schroefgaatjes in de vorkpoten zitten. Er is een reden waarom vorkfabrikanten geen montagepunten voor lowriders aan hun vorken maken. Die zijn er gewoon niet op berekend. Doe je het toch, dan verlies je direct de garantie.
Er bestaan wel tasjes die je veilig aan een verende vork kunt hangen, maar die worden bewust heel klein gehouden. Ik ben heel erg te spreken over de Ortlieb Fork-Pack.
Niet-reisvaardige zithouding
Dan het stuur lekker maximaal omhoog voor het comfort. Gevolg: onvoldoende druk op het voorwiel, al het gewicht op je kont en geen controle over de voorkant (die je door het slappe frame toch al bijna niet hebt). Even remmen in een bocht met een beetje los zand en het voorwiel glijdt onder je vandaan. En over de slechte ergonomie zal ik het nu maar niet hebben. Dat verdient een eigen artikel.
Over het zadel zit een schapenvachtje. Op zich onschuldig, maar voor wie lange afstanden wil afleggen is het de verkeerde oplossing. Wie zadelpijn heeft, moet een goed zadel kopen en gaan trainen, niet de prinses op de erwt gaan uithangen. Een lange boswandeling doe je ook niet op pantoffels.

De gewone trekkingfiets met realistische bepakking
Even terug naar de niet-elektrische vakantiefiets met een realistische hoeveelheid bagage. Iedere fietsreiziger weet dat je iedere kilo vooruit moet trappen. Dat voel je direct in je benen, dus worden er weloverwogen keuzes gemaakt.
Wat moet er mee?
Wat kan thuis blijven?
Wat vervang ik door een lichter alternatief?
Hoe verdeel ik het gewicht om het geheel stabiel en handelbaar te houden?
De ervaringsdeskundigen op internet hebben de antwoorden. Zij weten dat je voor je fietsgenot en veiligheid keuzes moet maken. Snoer die alsjeblieft niet de mond, want je jaagt ze weg. Het Wereldfietsersforum zonder wereldfietsers. Dat zou zonde zijn.
Een gemiddelde vakantiefietser rijdt met een complete uitrusting van 15 tot 25 kilo. Minder kan ook, meer is niet verstandig en meestal ook helemaal niet nodig. Zo deed ik een retourtje Parijs met 11 kilo, inclusief kampeerspullen en water. Twee weken IJsland deed ik met 17 kilo, inclusief warme kleren en al het eten (ontbijt, lunch, snacks en avondeten) voor twee weken.
Vijftig pakken melk
Met een fiets van 17 kilo, bagage van 18 kilo en een lichtere berijder komt het totaalgewicht op 105 kilo. Ten opzichte van het eerste voorbeeld zijn dat VIJFTIG pakken melk minder! Heb je ooit vijftig pakken melk in je armen gedragen?
Vijftig pakken melk die je remmen niet tot stilstand hoeven te brengen.
Vijftig pakken melk die je frame, bagagedragers en wielen niet hoeven te dragen.
Vijftig pakken melk die je niet van bocht naar bocht hoeft te manoeuvreren.
Vijftig pakken melk die je benen niet tegen een helling omhoog hoeven te stampen.
Vijftig pakken melk die… Afijn, je snapt het wel.
“Ja, nou, maar, eh… Ik weeg geen 90 kilo. Ik weeg slechts 70, dus je vergelijking gaat bij mij niet op.” Oké, hier heb je dertig pakken melk. Houd maar vast.
Ik vraag me af wat de nieuwe, elektrische ‘wereldfietsers’ allemaal bij zich hebben. Een fles wijn? Een laptop? Een houten snijplank? Drie spijkerbroeken en twee wollen truien? Een kettingzaag?
Alsjeblieft, vertel het me. Want ik snap het niet.
Nieuwe werelden, dezelfde regels
De e-bike schept voor veel mensen nieuwe mogelijkheden. Een elektromotor verlegt horizonten en opent nieuwe werelden. Ik snap het wel. Ideaal. Maar we leven allemaal in dezelfde wereld, elektromotor of niet, en we hebben allemaal met dezelfde natuurwetten te maken.
Een elektromotor compenseert een vorm van conditieverlies. Niet meer. Hij compenseert geen gebrekkige balans. Geen tragere reacties. Geen verminderd ruimtelijk inzicht. Je voelt de pijn bijna niet meer en daardoor weet je niet wat je je overbeladen fiets aandoet.
Mijn vingers jeuken om een filosofisch artikel te schrijven over ouder worden, acceptatie, de bereidheid om keuzes te maken en je aan te passen aan wat nog mogelijk is, over alles eruit halen met de tijd die ons nog rest.
De fietsreiziger die zegt: “Ik ga wat korter, wat vlakker, wat langzamer,” die rijdt over tien jaar nog en blijft fit. Niet alleen in de benen, maar ook in het hoofd. Omdat hij zichzelf blijft uitdagen binnen wat haalbaar is. En ja, daar kan een elektromotor op termijn bij helpen, mits je de natuurwetten respecteert.
De oplossing voor het probleem maakt het probleem groter
De fietsreiziger die alles met techniek compenseert en niets wil inleveren, koopt zichzelf een vals gevoel van vrijheid.
Men stapelt.
Letterlijk.
Torenhoog.
Meer spullen.
Meer accu’s.
Tot er een fiets staat die niet veilig te berijden is. En er een rijder overblijft die juist sneller aftakelt. Of in een vangrail eindigt.
Was getekend: een betrokken en bezorgde fietsreiziger.





