Beschrijving
Dit is Frank.
Frank is een Santos Travel Lite Pinion. Frank zoekt een berijder die niet vraagt of het ook in grijs kan.
Frank is rood. Niet een beetje rood. Knalrood. Het rood van een noodknop, van een brandweerauto. Het rood van iemand die binnenkomt, waar iedereen even naar kijkt en zich met enige gêne snel weer omdraait, terwijl de kinderen blijven staren.
Frank staat bij Saint Christopher in Gorssel al een tijdje te wachten op een nieuwe berijder. Niet omdat er iets mis met hem is. Er is werkelijk niets mis met hem. Technisch volledig in orde, optisch nog verrassend netjes voor zijn leeftijd. Hij heeft gewoon te weinig mogen rijden.
De vorige eigenaar stelde hem met veel ambitie samen. De beste man had mooie reisplannen en zijn enthousiasme reflecteerde in de bewust gekozen kleur. Helaas, wegens omstandigheden kwam het er allemaal niet van. Frank stond in de schuur. Wachtte. Alle kilometers nog voor zich, als een boek dat niemand heeft opengeslagen. Een dik boek. Met avontuurlijke hoofdstukken.
Gorssel is een mooi dorp. Dat vindt Frank ook. Maar de naam ten tijde van carnaval verraadt al genoeg. “Kakkersgat”. Rijkdom tonen is hier geen schande, maar het is wel een dorp waar men bewust kiest voor ingetogen. Er zijn ongeschreven regels over ‘hoe het heurt’ en ‘wat behoorlijk is’. De auto’s, veelal Jaguars, Land Rovers en Volvo’s, zijn er bij voorkeur donkergroen of antraciet. Zelfs de Ferrari’s en Porsches die weleens door de Hoofdstraat scheuren, zijn donkerblauw of donkerbordeaux. Wat hier wel rood mag zijn: de sjaaltjes die de honden dragen in plaats van een halsband.
Frank vraagt zich af of hij misschien teveel is. Waarom is antraciet volwassener dan rood? Hij heeft er tien jaar over na kunnen denken, maar hij is er nog niet uit.
Hij heeft achttien versnellingen in een volledig gesloten Pinion versnellingsbak. Een Gates tandriem, ook rood. Op speciaal verzoek van de eerste eigenaar gemonteerd. Magura HS33 Firmtech velgremmen, de soort die ook in de regen gewoon remt en zeer onderhoudsarm is. SON-verlichting. Alles werkt. Alles is nagekeken, bijgesteld, klaargemaakt voor vertrek.
Frank is tien jaar oud en heeft zijn beste jaren nog voor zich. Hij zou het fijn vinden als het wat opschoot. Hij denkt aan het Dommerholtsveer. Het fietserspontje over de IJssel. Daar begint menig fietsvakantie. Als je aan de overkant bij Lunchboerderij De Kribbe links afslaat en over de dijk de IJssel volgt, kom je in Zutphen. En in Zutphen, zo heeft Frank begrepen, kiezen mensen heel bewust voor kleur. Antroposofisch bolwerk, zeggen de mensen in Gorssel, met een toon die niet helemaal duidelijk maakt of dat een compliment is. Frank vindt van wel.
En als je rechtsaf slaat kom je bij de grote brug van Deventer. Een stad die groot genoeg is om een rode fiets gewoon een rode fiets te laten zijn, zonder verdere vragen of vreemde blikken. Frank wil weten hoe dat voelt.
“Superfiets, technisch precies wat ik zoek, maar te opvallend,” hoort hij vaak in de winkel. “Heeft u ook zoiets in grijs?” Frank zwijgt beleefd en denkt aan al die kilometers die hij nog niet heeft gereden. En aan Calvinistisch grijs. Of nog erger: Gereformeerd zwart. En waarom dat dan beter zou zijn. Hij is er nog steeds niet uit.
Wie bij hem past: iemand die gewoon ja zegt tegen rood. Niet ja maar. Gewoon ja. Iemand die de pont neemt, de IJssel oversteekt, en aan de overkant ervaart wat een goede fiets Frank is. Want dat is Frank.
Frank staat klaar.
Kom! Het pontje vertrekt zo!














