Terwijl ik klanten in de winkel aan het helpen ben, rinkelt de telefoon indringend en onophoudelijk. Als een drammend kind dat niet kan wachten tot de grote mensen zijn uitgepraat.

En weer…

En weer…

“Lekker laten gaan,” zeg ik tegen mijn bezoekers. Wie de moeite neemt om naar de winkel te komen, verdient alle aandacht. Wie op afstand luid rinkelend opdringerig doet, niet.

Uiteindelijk komt een medewerker van de winkel hiernaast met hún telefoon in de hand binnen lopen. “Een mevrouw aan de telefoon probeert je te bereiken.”

“Dat kan, maar ik ben met deze mensen in gesprek. Zeg maar dat ze een mailtje kan sturen of naar de winkel komt.”

En weer rinkelt de telefoon.

En weer…

Even later staat er een mevrouw met een verhit hoofd in de deuropening.

“Verkoopt u ook zadelhoesjes?” roept ze hard door de winkel.

“Nee, helaas. Die hebben we niet.”

“Oh… Dat dacht ik al.”

Ze draait zich om en stiefelt resoluut weer weg.

Na dit moment nam ik een ongebruikelijk besluit.

Ik heb de telefoon afgeschaft. Niet als statement, maar als keuze voor wie híer is.

Rust en aandacht zijn mijn belangrijkste gereedschappen. Wie langskomt krijgt aandacht. Wie belt, krijgt dit gedicht.

De klok wordt hier niet opgewonden
De telefoon is het zwijgen opgelegd

Zo worden aandacht en rust hervonden
en mooie kilometers afgelegd


Hoe je me dan wel het best kunt bereiken staat HIER beschreven.