Er worden in Nederland inmiddels meer e-bikes verkocht dan gewone fietsen. Wie had dat 25 jaar geleden, toen de e-bike nog gezien werd als een fiets voor “mensen met een gebrek”, durven voorspellen? De hedendaagse e-bike is allang geen “zielige fiets” meer. E-bikes zijn hip en zelfs een statussymbool. De toekomst van de fiets is meer en meer elektrisch.
Ik laat me regelmatig zeer kritisch uit over de moderne e-bike. De redenen ga ik hieronder noemen.
Iemand zei laatst:
“Maar Michiel, waarom zo negatief? Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn.”
Dat is het ‘m juist. “Ik wíl niet meer vliegen vangen. Ik wil er zijn voor de uitstervende bijen.”
Over de voordelen van e-bikes hoef ik geen mooi verkooppraatje meer te houden. Die zijn algemeen bekend, maar ik vind het belangrijk om óók de schaduwzijde te beschrijven, want die vertelt de marketingafdeling er niet bij. Ik wel.
Ik gun veel mensen om de juiste redenen een goede elektromotor.
Maar ik stel daarbij één voorwaarde: je moet bereid zijn de beperkingen van die techniek aan te horen én te accepteren.
Ik ga je hieronder ook vertellen welke technieken ik wél waardeer en wat de verschillen zijn tussen een e-bike en een fiets met elektrische ondersteuning. Want er is een fundamenteel verschil.
Nieuwe oplossingen >> nieuwe problemen
De moderne e-bike is het resultaat van een optelsom van eisen. Maar ook een optelsom van de bijbehorende nadelen.
Men wil:
- Sterke motor.
- Grote actieradius.
- Stevig frame, wielen, etc.
- Comfort.
Men krijgt:
- Een zeer zware fiets.
- Slechte handelbaarheid.
- Complexe, kwetsbare techniek.
- Grote kans op storingen.
- Beperktere levensduur.
- Meer slijtage.
- Een fiets die zonder ondersteuning niet te berijden is.
In de ontwerpwereld noemen ze dat een betonnen zwemvest. Een product dat aan alle gestelde eisen voldoet en daardoor volkomen disfunctioneel is geworden. Vooral voor ouderen zijn de meeste e-bikes veel te zwaar en gevaarlijk snel.
De e-bike is allang geen fiets met hulpmotor meer, maar verwijdert zichzelf met geavanceerde technieken, sterkere motoren en alsmaar groter wordende accu’s steeds verder van het concept fiets. Zó ver zelfs dat de fietsindustrie het nodig vond om een nieuwe naam voor de gewone fiets te bedenken: bio-bike.
Het concept E-bike
Een e-bike is een computergestuurde motor + accu met een fiets eromheen. De elektrische componenten zijn onlosmakelijk verbonden met het rijwielgedeelte. En dáárin zit het risico.
E-bike = wegwerpproduct
Met die geïntegreerde technieken ziet het geheel er mooi uit en het kan een paar praktische voordelen hebben, maar er is één heel groot nadeel: dit soort e-bikes worden sneller dan je lief is een wegwerp-product. Als één klein onderdeel kapot gaat en niet meer leverbaar blijkt, is de hele fiets onbruikbaar geworden. En het is een 100% zekerheid dat de fabrikant op een gegeven moment de software niet meer ondersteunt.
Zo belanden teveel e-bikes vroegtijdig tussen de laptops, wasmachines en vaatwassers op de schroothoop, terwijl het mechanische gedeelte nog véle jaren mee had gekund en zelfs de originele banden en remblokken nog niet versleten zijn.
“Maar ach… het is oma’s laatste fiets. Die rijdt ze echt niet meer op. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Toch?”

Afhankelijk van je dealer.
Er wordt een grote verscheidenheid aan technieken toegepast. Bosch, Yamaha, Shimano, Bafang, enz. Daarnaast gebruiken veel fietsmerken merk-specifieke onderdelen die nóg minder algemeen zijn. Alleen dealers van die merken kunnen daar aan werken.
Veel toeristen met een haperende e-bike reageren verbaasd, wanhopig en boos wanneer ik ze vertel dat ik de storing helaas niet op kan lossen, omdat ik voor hun techniek niets in huis heb.
“Ohjee! Nu is ons hele weekend verpest!
Die huppeldepup-dealer zes kilometer verderop ga ik écht niet op eigen kracht redden, hoor!
Kun jij niet even regelen dat ze me komen halen?
Nee? Wát een slechte service!”
Tsja, met je Hyundai kun je ook niet bij de Audi-dealer terecht.
Je bent dus sterk afhankelijk van dealers met jouw specifieke techniek. Oók als je door Zuid Spanje fietst. Softwarestoring in je accu? Dan is het einde vakantie en kun je op zoek naar een treinstation. Terug vliegen is geen optie, want e-bikes mogen niet in het vliegtuig.
E-bike problemen
De voornaamste problemen met e-bikes op een rijtje:
- Kans op storingen.
- Te beperkte levensduur.
- Reparaties zijn duur.
- Snelle veroudering door snelle vernieuwing.
- Onderdelen tussen merken niet uitwisselbaar.
- Onzekere leverbaarheid van onderdelen a.g.v. snelle vernieuwing of faillissement van de fabrikant.
- Accu’s worden niet duurzaam geproduceerd.
- Accu’s vormen een reëel brandgevaar.
- En daarom mogen accu’s niet mee in het vliegtuig, sommige treinen en busdiensten.
- Als occasion bijna niks meer waard -> wegwerpfiets.
Storingsgevoelig
Hoe meer stekkers, draadjes, sensoren, knopjes en computers er aan je e-bike zitten, hoe groter de kans op storingen. Elektronica in weer en wind inzetten is zelfs na 25 jaar ontwikkeling nog niet zonder risico’s.
Het is de taak van de fabrikant om hun systemen zo ver mogelijk te vereenvoudigen en gevoelige contactpunten tot een minimum te beperken. De één lukt dat redelijk, de ander niet…
Ik ben hier heel kritisch op, omdat men mij vanaf de camping in Zuid-Frankrijk op zondagochtend wakker belt als de fiets het niet doet!
Korte levensduur
Accu’s hebben een gemiddelde levensduur van zo’n 5 á 6 jaar en zijn zeer prijzig. Dit geldt voor alle merken. Je moet de kosten voor vervanging of revisie van je accu met de gebruikskosten van je e-bike meerekenen. En bij verkoop of inruil gedeeltelijk aftrekken van de restwaarde.
Geïntegreerde elektromotoren maken vaak gebruik van kunststof tandwielen en die gaan niet bijzonder lang mee. Afhankelijk van het merk en type, moet een beetje kilometervreter gedurende de levensduur van de fiets de motor meermaals laten reviseren of helemaal vervangen.
Onderdelen zijn duur en daarom worden e-bikes, vooral de goedkopere, te snel afgedankt.
Accu’s zijn duur
De prijzen van accu’s variëren op internet enorm, dus goed zoeken loont. Ter indicatie hier een paar prijzen van accu’s van Pendix, Neodrives en Bosch:
- Pendix 500 Wh accu: €749,-
- Neodrives 612 Wh externe accu: €800,- tot 1100,-
- Neodrives 730 Wh interne accu: €800,- tot €1100,-
- Bosch 750 Wh interne accu: €790,- tot €1000,-
Veel mensen schrikken van de prijzen wanneer ze na een paar jaar aan een nieuwe accu toe zijn en danken daarom hun e-bike te snel af. Niet doen! Als de fiets technisch nog helemaal goed is, dan is hij het altijd waard om van een nieuwe accu te voorzien.
Hoe duur accu’s ook zijn, voor dat geld koop je geen nieuwe e-bike. Helaas zal de e-bike-branche je toch met allerlei vernieuwingen proberen te verleiden een nieuwe te kopen.
Snelle veroudering
Fabrikanten, maar ook de verwende consument, zijn gek op vernieuwingen en de ontwikkelingen gaan op dit moment hard. Een kwalijk gevolg daarvan is dat oudere technieken na een paar jaar al niet meer leverbaar zijn en natuurlijk zijn ze bijna nooit compatibel met de nieuwere onderdelen.
Dit is geen toeval. Het is een bedrijfsmodel.
Zo houdt Bosch hun onderdelen slechts 10 jaar op voorraad en hebben ze nu al meerdere keren de passing van de motor in het frame aangepast.
Maar Bosch is de kwaadste niet, want andere fabrikanten van e-onderdelen doen helemaal geen betrouwbare toezeggingen over hoe lang hun onderdelen leverbaar zullen blijven of compatibel zijn met andere generaties.
Onzekere leverbaarheid
E-bikes worden niet alleen vroegtijdig afgedankt als gevolg van vernieuwing, het is helaas ook niet ongebruikelijk dat fabrikanten van e-systemen failliet gaan of zèlf de stekker uit het bedrijf trekken. Meestal lopen die bedrijven leeg op de aftersales service en de hoeveelheid garantieclaims. Denk bijvoorbeeld aan GO-SwissDrive, VanMoof, BionX en Stella. Onderdelen van andere merken zijn niet compatibel en dan heb je gewoon dikke pech. Fabrikant weg? Fiets waardeloos!
Er belanden enorm veel jonge e-bikes op de schroothoop die met technieken van verdwenen merken zijn uitgerust.
de fiets met elektrische ondersteuning > Modulair
Zoals ik aan het begin van dit artikel zei: ik wil niet veel vliegen vangen. Ik wil er zijn voor de uitstervende bijen. Voor de echte fietsers die hun geliefde Santos en zelfredzaamheid niet willen verruilen voor een e-bike, maar wel een steuntje in de rug nodig hebben.
Ik verkoop dus geen e-bikes. Wat ik wél graag verkoop zijn losse modules die ik aan een bestaande Santos toevoeg.
Losse modules zijn een duurzamer alternatief voor geïntegreerde middenmotoren. Je behoudt hiermee een fiets die je kunt repareren, die zijn waarde behoudt en die nooit vroegtijdig op de schroothoop belandt omdat een fabrikant ergens een stekker uittrekt.
Modulaire technieken bieden meer opties
Ik werk met de elektrische modules van Pendix en Neodrives.
De Pendix is een middenmotor die te combineren is met de duurzame Rohloff-naaf en de Neodrives is een achterwielmotor voor fietsen met een Pinion-versnellingsbak. Beide systemen zijn achteraf in te bouwen, maar ook weer uit te bouwen als dat ooit nodig is. De fiets blijft altijd een fiets: zonder elektra weer geschikt voor nog een wereldreis met een jongere, nieuwe eigenaar.
Voordelen van modulair
- In te bouwen wanneer jij wilt.
- Uit te bouwen wanneer nodig.
- De motoren gaan veel langer mee, omdat er geen slijtende onderdelen in zitten.
- De fiets blijft altijd bruikbaar als gewone fiets.
- De fiets behoudt altijd zijn waarde als gewone fiets.
- Je bent vrijer in de keuze van het soort fiets.
Nadelen van modulair
- Minder mooi om te zien.
- De externe accu zit een lage instap in de weg.
- De externe accu beperkt de ruimte voor bidons.
- De ruimte in de framedriehoek moet toereikend zijn voor de accu. Bij kleinere damesframes past het niet altijd.

Direct drive motoren
Bij Pendix en Neodrives zijn de motoren van het “direct-drive” type. Dit betekent dat de motor zonder tussenkomst van tandwielen de krachten direct op de as uitoefent.
De voordelen hiervan zijn:
- Geen slijtende delen in de motor.
- De motor is nagenoeg onderhoudsvrij.
- Geen trillingen en zoemende geluiden.
- Nauwelijks tot geen interne weerstand, zodat de fiets ook zonder ondersteuning nog te berijden is.
Een goede direct-drive motor gaat in principe een fietsleven mee. Van de Pendix weten we dat ‘ie meer dan 100.000 km mee gaat, zónder onderhoud!
En mocht de motor tóch ooit kapot gaan of je wilt ‘m meeverhuizen naar een nieuwe fiets, dan kan ik hem weer voor je demonteren en de fiets bruikbaar maken als een gewone fiets. Bij de Neodrives achterwielmotor heb je in het ergste geval een nieuw achterwiel nodig.
Externe accu’s
Zowel de Pendix als de Neodrives hebben een externe accu die je op de nokken van de bidonhouder schroeft. Dit betekent wel dat bij een damesfiets een lage instap niet of nauwelijks te realiseren is.
Naast de externe accu biedt Neodrives ook een accu die in de onderbuis geïntegreerd wordt, zodat de fietsfabrikant wél een lage instap kan realiseren. Maar dit wijkt helaas weer af van het modulaire concept…
Geen display, minder gedoe
Het is vaak het display op het stuur dat voor storingen zorgt. Is het niet de software, dan zijn het wel de contactpunten en de stekkertjes die door water, vuil en pekel dienst weigeren.
Pendix en Neodrives hebben allebei geen display, maar laten via bluetooth en een eigen app je telefoon als display fungeren. Maar dit hóeft niet. Je kunt er gelukkig ook zonder telefoon mee rijden.
Neodrives heeft heel veel gedoe gehad met haperende display’s en ik heb het toen bewust een jaar lang niet verkocht. Pas toen ze goed de kunst hadden afgekeken bij de display-loze Pendix werd het Neodrives-systeem véél betrouwbaarder en gebruiksvriendelijker.
Hoe zit het met de E-bikes van Santos?
Op Santos fietsen met Rohloff is de Pendix eDrive middenmotor als optie te bestellen of achteraf in te bouwen. Santos fietsen met Pinion kunnen worden uitgerust met de Neodrives achterwielmotor. Beide systemen passen goed bij een merk dat gebouwd is om een leven lang mee te gaan.
Santos – Built for Life
Met Pendix en Neodrives klopt die slogan. Met geïntegreerde technieken minder. Ik kijk dan ook kritisch naar de Santos Travelmaster E+ met Bosch en Neodrives.
Travelmaster E+ Neodrives
Omdat er veel behoefte is aan een e-bike met een lage instap, ontwikkelde Santos de Travelmaster E+ Neodrives met een in het frame geïntegreerde accu.
Deze fiets is helaas niet 100% modulair meer. De motor is wel van het duurzame “direct-drive” soort, maar de accu is een onlosmakelijk onderdeel van de fiets en niet uitwisselbaar met die van andere merken. Een echte e-bike dus.

Ook Santos is kritisch
Santos heeft héél lang gewacht met het implementeren van de Bosch-techniek. Maar de markt wil nu eenmaal Bosch. Santos heeft de kat uit de boom gekeken en nu voor zichzelf geoordeeld dat het moment en de kwaliteit goed genoeg zijn.
Santos beargumenteert de keuze voor Bosch met de volgende punten:
- Van alle geïntegreerde middenmotoren is de Bosch Performance CX motor momenteel de duurzaamste en betrouwbaarste.
- De tandwielen in de Performance motor zijn niet van kunststof maar van staal (die je wel continu hoort zoemen).
- Bosch heeft als marktleider het meest uitgebreide servicenetwerk van Europa. Je kunt bij duizenden fietsenmakers terecht.
- Bosch durft als enige toezeggingen te doen over de toekomstige leverbaarheid. Andere fabrikanten zeggen daar niets over.
- Bosch is de meest geprofessionaliseerde toeleverancier, o.a. qua aftersales, onderdelenleveranties en technische trainingen.
- Leveranciers van E-bike-techniek kunnen failliet gaan of zelf stoppen, maar bij een industrie-reus als Bosch is die kans klein.
Travelmaster E+ Bosch
De Travelmaster E+ Bosch is inmiddels leverbaar. De geïntegreerde Performance CX motor en de bijbehorende elektronica hebben een goede reputatie opgebouwd, aldus veel Bosch-dealers. Toch heb ik besloten om de Travelmaster E+ Bosch niet in de collectie op te nemen.
De levensduur van de Santos Travelmaster E+ Bosch wordt mede bepaald door de verkrijgbaarheid van de elektrische onderdelen en dat is tot 2034. Wat er daarna komt weet nog niemand. Ik vind die onzekerheid nu nog een te groot risico.

Santossen met GO-SwissDrive achterwielmotor
Hier een voorbeeld van hoe goed een probleem met een e-bike met modulaire techniek kan uitpakken.
Santos had ooit fietsen met modules van GO-SwissDrive. Helaas trok het moederbedrijf van GO-SwissDrive heel plotseling zelf de stekker eruit en toen was Santos ineens genoodzaakt om over te stappen op Neodrives. Omdat deze fietsen modulair gebouwd waren, kon dat gelukkig.
Onderdelen van GO-Swiss waren nog eventjes leverbaar, maar nu is het echt op. Zolang de GO-Swiss-module het doet, kun je van je Santos Travel Lite+ GS blijven genieten, maar zodra de elektronica kuren begint te vertonen, moet je overstappen naar Neodrives of er een gewone fiets van maken door er een gewoon achterwiel in te zetten en de bedrading en de accu eraf te trekken.
De Santos die meer waard werd zonder motor
Nadat GO Swissdrive de stekker eruit trok, kocht ik voor mijn partner een gebruikte Santos Travel Lite+ met dit systeem. Nieuwprijs destijds ruim €7.000. Als gebruikte, goed werkende e-bike nog €2.750 waard. Ze reed er jaren naar tevredenheid mee en het hielp haar revalideren na een handicap. Totdat de elektronica de geest gaf.
Motor kapot. Einde verhaal. Of toch niet?
Omdat de module demonteerbaar was, haalden we hem eraf, zetten er een gewoon achterwiel in en verkochten de fiets als een bio-Santos voor maar liefst €4.250,-.
Mijn partner heeft een paar jaar elektrisch gereden, heeft er geld op toe gekregen, en haar Santos maakt nu reizen met een jonge, vrolijke bij.
Zo hoort het.






